Adriaen de Leeuw (Adriaan de Leeuw) werd geboren rond 1635 in Nederland. Er is niks bekend over zijn leven in Nederland. Hij kwam rond 1656 naar de Oost. Hij heeft daar gewoond op Ceylon (het huidige Sri Lanka). Hij duikt voor het eerst op in 1659, wanneer hij in opdracht van Ryckloff van Goens en Adriaan van der Meyden twee ontwerpen maakt: een voor de stad Galle, de ander voor de stad Colombo, beiden liggend op Ceylon. Deze twee ontwerpen zijn kaarten, waarop staat hoe de steden kunnen groeien. Tijdens het maken van het ontwerp van Colombo stelde Adriaen voor om op het wapen van Colombo een olifant te plaatsen.

Kaart van “Galle” uit 1659.
Handtekening van Adriaen onder de kaart van Galle.
Fort Galle rond 1672.
Kaart van de stad Colombo uit 1659.
Kasteel Colombo.

In 1669 werd hij benoemd tot koopman van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en in 1671 werd hij benoemd tot ‘fabryck’: “fabrycq, een rang eenigermate als die van ingenieur. De fabrycq of vernufteling had te Batavia veelal de leiding van het Ambachtskwartier, werd ook gebruikt om forten “af te steken”, enz.” In dat jaar kreeg Adriaen de taak om “de goudmijnen van de Westcust te laten maken.”

In 1667 wilde gouverneur-generaal Cornelis Speelman het fort Belgica op Bandaneira vervangen voor een sterker en groter fort. Adriaen kreeg (waarschijnlijk in 1671) de opdracht om het nieuwe fort te ontwerpen, aangezien hij ook ontwerpen had gemaakt voor Galle en Colombo. Het nivelleren van de heuveltop duurde meer dan anderhalf jaar en was in 1669 klaar. In 1672 kon de bouw van het nieuwe fort eindelijk beginnen met stenen die naar het eiland werden vervoerd. Adriaen ontwierp een binnenste en buitenste vijfhoekige ring. De buitenste ring bestaat uit een relatief lage muur met pentagonale bastions, terwijl de binnenste ring vestingwerken hoger is opgemetseld, met hoge ronde hoektorens. De muren van de binnenste ring boden plaats aan overwelfde bomvrije ruimtes en het nieuwe fort werd uiteindelijk door middel van een tunnel met fort Nassau verbonden. Hij kreeg hiervoor 90 gulden per maand. Er werd meer dan 300.000 gulden besteed aan de modificaties. Het fort had 50 kanonnen en een garnizoen van 400 man. Hoewel er lekkage was in drie van de vijf torens, voldeed het fort.

Fort Belgica in de jaren ’90.
Ontwerp van het nieuwe Fort Belgica.
Binnenplaats van het fort.

Hij woonde hierna in Batavia, waar hij waarschijnlijk trouwde met Maria du Rees (Maria Duraes). Zij kregen in 1673 een zoon, genaamd Adriaan de Leeuw (1673-1746). Adriaan was eerst provisioneel assistent bij de VOC, maar werd daarna zelfstandig koopman. Hij was erg welvarend en bezat meerdere huizen. Hij trouwde met Caterina Clinck, een dochter van Gerrit Claeszoon Clinck, een schilder uit Delft, die ook (opper)koopman voor de VOC was geweest.

Rond 1677 werd Adriaen benoemd tot opperkoopman van de VOC. Hij had een inkomen van 120 gulden per maand. Hij bleef ook fabryck. In september 1678 gaat hij met Christiaen Poleman naar de steden Bekasi en Marunda op Java om als fabrijck de forten te inspecteren: “d’Hr. majoor Christiaen Poleman en de fabrycq Adriaen de Leeuw vertrecken na de Maronde en Bacassy om de fortjes te visiteren en een ronde te doen.” In 1679 maakte hij een beschrijving van de stad Batavia en het kasteel daar. In 1681 was hij kapitein van een schip.

Adriaen overleed tussen 1681 en 1685. Op 31 december 1685 beschikte zijn vrouw over 12.000 rijksdaalders bij de VOC. Zij hertrouwde het jaar erop met Willem Lucifer.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *